» VORM VAN DE AARDE
De Oerknal
In het begin was er enkel een enorme, massieve, gasachtige plek in ons lege heelal. Op hetzelfde moment en willekeurig wordt er genoeg energie geproduceerd om de binding van de zwaartekracht, die dit massieve lichaam bij elkaar houdt, te breken, en door heel de ruimte te exploderen in ontzettend hete deeltjes.
In minder dan een miljoenste van een seconde beginnen zich protonen, neutronen, elektronen en hun anti-deeltjes te vormen.
Na verloop van tijd, beginnen deeltjes af te koelen waardoor zij energie afgeven, die hen in staat stelt zich te verenigen en daardoor het eerste en meest eenvoudige ion (elektrisch geladen atoom) te scheppen, waterdamp, en ook een paar meer massieve atomen.
De tijd verstrijkt; er komen overvloedig atomen in het heelal. Zij beginnen zich samen te trekken door atoomkrachten en de zwaartekracht. Gasachtige lichamen worden meer massief, trekken meer atomen aan en worden massiever. De zwaartekracht van deze vroege lichamen is zo groot, dat zij bezwijken door hun eigen zwaartekracht, en gaan samensmelten.
Waterstofatomen verenigen zich, grotere atomen en enorme hoeveelheden energie voortbrengend, genoeg energie om deze sterren niet te laten bezwijken.
Uiteindelijk komt er een eind aan het samensmeltingsproces en explodeert de ster, nog grotere atomen door het heelal verspreidend.
Na verloop van tijd verzamelen en verenigen deze atomen zich en vormen planeten, kleinere sterren, asteroïden (kleine planeten) en talrijke, andere, vaste lichamen.

De vorming van het Melkwegstelsel
Men gaat ervan uit dat heel vroeg in het leven van ons heelal, toen materie zich snel naar buiten verspreidde, groepen van enorme hoeveelheden materie begonnen te draaien rondom een gemeenschappelijk middelpunt. Dit werden vroege melkwegstelsels, die tot zulke grote afmetingen zouden groeien, totdat zij zouden botsen met andere melkwegstelsels. De zich in een spiraal bewegende Melkweg, waar de aarde toebehoort, is er slechts één van een onbekend aantal melkwegstelsels in het heelal, helemaal niet uniek
De vorming van het zonnestelsel
Toen de materie begon te condenseren en zich tot sterren vormde, verscheen één zo'n ster op de plaats waar nu de zon in het Melkwegstelsel verschijnt. Na ontbranding, gevolgd door samensmelten en het verbranden van haar bruikbare waterdamp en andere grotere elementen, explodeerde de ster en verspreidde materie in alle richtingen.
Opnieuw, door zwaartekrachten, koelde uiteindelijk deze materie af en verzamelde zich in enkele geconcentreerde gebieden, de planeten en de asteroïdengordel vormend.
De asteroïdengordel is eenvoudigweg een vroegste vorm van een verzameling materie, die niet in staat was zich, door Jupiter's zwaartekracht, tot een volledige planeet te vormen.
Enkele vroege planeten hebben waarschijnlijk gebotst met andere vroege planeten, daardoor grotere planeten scheppend, manen, of mogelijk meteorieten. Tegelijkertijd, begon zich een kleinere ster te vormen in het middelpunt van de oorspronkelijke explosie en onze Zon begon opnieuw haar samensmeltingsproces.
De Aarde was één van de planeten, die gevormd werd bij het uit elkaar spatten van de eerste ster. Maar toch is de Aarde op velerlei wijze uniek. Het is de enige planeet met zichtbaar oppervlaktewater, wat mogelijk is door de constante temperatuur en de atmosferische druk, die de Aarde handhaaft. Seizoenen, ofschoon mild rondom de evenaar, bestaan, omdat de aardas ongeveer 23° schuin staat ten opzichte van de zon. De atmosfeer van de aarde is ook uniek, omdat zij zuurstof bevat, dat een voorwaarde voor leven is. Op een gegeven moment zal waarschijnlijk een grote asteroïde gebotst zijn met de planeet, waardoor een groot stuk werd afgebroken, dat uiteindelijk onze Maan zou worden.
Niettemin blijven veel vragen over de vorming van de Aarde en hoe haar ontstaansproces begon, nog onbeantwoord.

Nog steeds onbekend
Vragen over het ontstaan van het heelal komen op, zodra je erover in discussie gaat:
Hoe kan een gebied van oneindige massa en daardoor oneindige zwaartekracht, exploderen?
Is er genoeg energie zodat het heelal zich blijft uitbreiden? Of, zal het op een gegeven moment inkrimpen? Is het heelal constant of willekeurig?
Waarom is materie, en niet anti-materie, in zulke grote hoeveelheden aanwezig?
Voor elk antwoord dat wij vinden, ontstaan weer 2 nieuwe vragen.
Misschien is er geen begin en geen einde, maar op dit moment is de oerknal het beste model dat wij hebben!
De laag boven de kern heet de mantel. Die begint op ongeveer 10 km diepte onder de oceaankorst en op ongeveer 30 km onder de continentale korst. De mantel is onder te verdelen in de buiten- en de binnenmantel. De mantel is ongeveer 2900 km dik en maakt bijna 80% uit van het totale volume van de aarde.
De wetenschap kijkt op twee manieren naar de opbouw van de mantel. Op basis van de chemische samenstelling (het materiaal waar het uit bestaat) en op basis van de wijze waarop de lagen stromen of bewegen.

Waar bestaat de mantel uit?
De verdeling volgens de chemische samenstelling:
Binnenmantel: De binnenmantel ligt tussen de 300 km en 2890 km diepte. Hoewel de gemiddelde temperatuur daar rond de 3000°C ligt is het gesteente toch vast, dat komt door de hoge druk. De binnenmantel bestaat waarschijnlijk voor het grootste gedeelte uit sulfides en oxydes van silicium en magnesium. De dichtheid ligt tussen de 4,3g/cm³ en 5,4g/cm³.
Buitenmantel: De buitenmantel is een stuk dunner dan de binnenmantel. Hij ligt namelijk tussen 10 km en 300 km diepte. De buitenmantel kun je weer onderscheiden in twee verschillende lagen. De onderste laag is taai vloeibaar gesteente, en bestaat waarschijnlijk uit silicaten van ijzer en magnesium. De temperatuur ligt in dit gedeelte tussen de 1400°C en 3000°C, en de dichtheid ligt tussen de 3,4g/cm³ en 4,3g/cm³. De bovenste laag van de buitenmantel bestaat uit hetzelfde materiaal maar is door de lagere temperatuur stijf.
De verdeling volgens de manier waarop de lagen stromen of bewegen:
Bij deze manier kijk je naar de buitenmantel en de korst samen. Hierbij maak je een verdeling in asthenosfeer en lithosfeer.
Asthenosfeer: Dit is het taaie, vloeibare gedeelte van de buitenmantel.
Lithosfeer: Dit is het stijve gedeelte van de buitenmantel samen met de korst. Het 'drijft' op de asthenosfeer, net zoals ijs op water drijft.

Convectiestromen
Grote convectiesystemen in de mantel nemen waarschijnlijk de platen van de lithosfeer mee
zoals een lopende band.
Gemaakt door:
Colin Salmon,
Dorling Kindersley
Welke invloed heeft de mantel?
Omdat de Aarde van binnen enorm heet is, ontstaat er een warmte stroming vanuit de kern naar de korst. Dit noemt men convectie stroming en deze vindt ook in de mantel plaats. Deze stroming koelt af naarmate zij dichter aan het aardoppervlak komt. Daardoor neemt de stijging van de stroming af en beweegt zich in horizontale richting langs de onderkant van de korst. Als zij nog verder afgekoeld is, daalt de convectie stroom weer en gaat terug naar het binnenste van de aarde. Daar stijgt de temperatuur weer en stijgt de stroming opnieuw. Zo stroomt de materie de hele tijd rond.
Als deze stroming bij een zwak gedeelte van de korst komt, bijvoorbeeld bij een vulkaan, komt het magma naar boven zetten. De convectie stroming langs de onderkant van de korst zorgt voor de verschuiving van de tektonische platen. Dit noemt men platentektoniek. De beweging van deze platen gaat weliswaar zeer langzaam. Als twee tektonische platen tegen elkaar botsen ontstaat er een aardbeving.
[ terug... ]Omhoog


.



.

Fale hafez


Tabire khab



Copyright 2002-2017