» MINERALOGIE

Als je aan mineralogie denkt denk je vaak aan stenen. Je kunt ook makkelijk in de war raken want de mineralogie is officieel erg breed. Het is de studie naar de chemische bestandsdelen, physische en chemische eigenschappen, kristalstructuren en het ontstaan van de mineralen. Stenen zijn mineralen als je de definitie van mineralen bestudeerd. Mineralen zijn physisch-chemische, homogene, vaste elementen op en in het aardoppervlak.
Het begon allemaal met het begrip van de kristallen. Aan het einde van de 17de eeuw begon Abraham Gottlog Werner met doceren van mineralogie op de mijnbouw school in Freiburg (Saksen). Laat in de 18de eeuw begonnen wetenschappers met een structureel onderzoek naar mineralen maar voor die tijd waren er al meerdere mensen bezig met het beschrijven van kristalvormen. Nicolaus Steno (Niels Stansen, 1638-1686) beschreef het kwarts kristal, Antonie van Leeuwenhoek (1632-1723) en Chrisiaan Huygens (1629-1695) keken naar het breken van kristallen en Rene Just Hauy (1743-1822) legde de basis voor de moderne kristallografie met zijn verklaring van het karakter van de kristalijne fase.
Je kunt de wetenschap van de mineralogie in drie hoofdaders onderverdelen. Neerslag van materiaal, metamorphisch materiaal en stollings gesteente.
Neerslag van materiaal kan plaatsvinden als de oplos concentratie van een materiaal in water te hoog wordt door de verdamping van water b.v. Daarbij kun je denken aan zoudsteen en kalksteen. Een andere ontstaanswijze kan zijn dat grondwater ionen levert. Op die manier wordt vaak maar één type materiaal neergeslagen.
Metamorphisch materiaal wordt gevormd als het originele materiaal wordt blootgesteld aan hoge temperaturen en hoge drukken. Een heel bekend voorbeeld hiervan is de diamant die is opgebouwd uit koolstof en die door de hoge druk en temperatuur geheel transparant en erg hard werd.
Stolling van gesteente is het meest bekend als je naar het aardoppervlak van de aarde kijkt. Als er een vulkaan uitbreekt komt er soms magma uit dat vrij snel afkoelt. Op die manier hebben kristallen niet veel tijd om te groeien. Er zullen vele kleine kristallen ontstaan. Maar als het materiaal erg langzaam afkoelt bijvoorbeeld als het materiaal vanuit de kern van de aarde langzaam naar de buitenschil wordt gedrukt, zal 1 type materiaal het eerste beginnen met stollen. Dan worden grotere kristallen gevormd. Hoe verder de afkoeling vorderd hoe meer materialen er zullen stollen en hoe langzamer dit afkoelen gebeurd hoe groter de kristallen kunnen uitgroeien. De heer Bowen heeft een lijst gemaakt waarin je de volgorde van stollen van de verschillende mineralen kunt terugvinden. Silicium speelt een belangrijke rol in de mineralogie. Vele steen moleculen zijn opgebouwd uit onder andere silicium. Wetenschappers hebben geprobeerd de mineralen te groeperen en James Dwight Dana deed de eerste stap om de methode van de beschrijving vast te leggen. Het kostte 3 mannen (Ch. Palache, H. Berman and C. Frondell) erg veel tijd om de eerst 3 boeken te schrijven. (800 pagina's) om de eerste mineralen te groeperen. Ze beschreven slechts een deel van de mineralen maar het was een verbeterde methode om de mineralen te groeperen en gaf tevens mogelijkheden om nieuwe mineralen achteraf toe te voegen.
De mineralen zijn gegroepeerd in twee hoofdgroepen en een aantal sub-groepen en vervolgens op een chemische manier geordend.
Niet silicaten De elementen
De sulfide groep
De halogenen
De oxide groep                                                     
De Carbonaat groep                                             
De sulfaat groep
De Fosfaat groep
Silicaten Orto- of Nesosilicaten                   
Sorosilicaten                                             
Cyclosilicaten
Inosilicaten
Phyllosilicaten
Tektosilicaten
Ongeveer 86% van het aardvolume is opgebouwd uit silicaten. Ze worden door een complexe vorm van andere materialen omgeven omdat het gemakkelijk kan polymeriseren
Chemische samenstelling van de aardkorst:
Aanwezigheid van elementen gegroepeerd op gewicht.
Zuurstof 46.5%                                                  
Silicium 28.9%                                              
Aluminium 8.3%
IJzer 4.8%                                                       
Calcium 4.1%                                                  
Kalium 2.4%
Natrium 2.3%
Magnesium 1.9%
Aanwezigheid van de elementen gegroepeerd op volume
Zuurstof 94.07%
Silicium 1.17%
Aluminium 1.15%
IJzer 1.07%
Calcium 0.88%
Kalium 0.44%
Natrium 0.34%
Magnesium 0.26%
Sedimentatie
Een groot gedeelte van het aardoppervlak bestaat uit gesedimenteerd gesteente maar toch is het maar 5% van de aardkorst. Geërodeerde rotsstukjes die in de zee belanden zinken naar de bodem en vormen daar lagen van sediment. Elk jaar produceert een eigen laag die als een band zichtbaar is. Naarmate er meer lagen op elkaar komen te liggen, neemt de druk op de onderste lagen toe. De materialen worden in elkaar gedrukt. Sommige in water oplosbare mineralen kristaliseren in de holtes die aanwezig zijn. Als de cementatie aan een eind is gekomen, "plakken"de deeltjes aan elkaar en vormen massieve rotsen. Sedimentatie gesteente wordt gerangschikt naar het oorspronkelijke materiaal. Kalkgesteente bevat gesteenten die al eerder waren gevormd, namelijk chemicaliën van materialen die waren opgelost in water en organisch materiaal afkomstig van planten en dieren.


[ terug... ]Omhoog


.



.

Fale hafez


Tabire khab



Copyright 2002-2017