Ľ GEOLOGIE VAN EUROPA

Wat is dit?

Geologie van Europa

Het oudste dagzomend gedeelte van Europa is het precambrisch schild (Baltische schild). Het bevindt zich in het oosten van Europa en in ScandinaviŽ is het door erosie sterk verlaagd.

Tijdens de Caledonische plooiing werden de hooglanden van Noord-Ierland, Schotland en ScandinaviŽ opgestuwd.
Door erosie werden ze sterk verlaagd. Bij de jongste plooiingen zijn ze terug opgeheven. Tijdens het Kwartair zijn ze in het binnenland door ijs en aan de kusten door de zee geŽrodeerd.

De middelhoge plateaus werden tijdens de Hercynische plooiing gevormd. Door erosie werden ze vervlakt tot schiervlakten. Tijdens de jongere plooiingen zijn ze terug verheven tot plateaus met ingesneden rivierdalen.
Door die opheffingen zijn er ook breuken ontstaan o.a. langs de RhŰne in Zuid-Frankrijk en langs de Boven-Rijn tussen het Zwarte Woud en de Vogezen. Daar stromen de rivieren nu in een slenk. In de randgebieden ervan zijn resten van vulkanische activiteit terug te vinden uit het Tertiair en het vroeg-Kwartair (periode van de sterkste activiteit van de Alpiene plooiing).


Het gebergte van Zuid-Europa is het resultaat van de Alpiene plooiing = botsing van de Afrikaanse tegen de Euraziatische plaat.
Vanaf het Tertiair is een deel van het Middellandse-Zee-bekken opgestuwd tot bergketens. Deze verschuivingen en opstuwingen gaan nog steeds door (zie : aardbevingen in Zuid-Europa). 


Door verwering en erosie werd het huidige reliŽf gevormd.
De U-dalen, morenen en gletsjers zijn het gevolg van de erosie tijdens de ijstijden.


Het grootste deel van Laag-Europa is ontstaan uit sedimenten afgezet in zeeŽn (van de transgressies vanaf het MesozoÔcum).
Deze lagen zijn niet geplooid : de Hercynische Massieven beperkten de invloed van de Alpiene plooiing.
Door opheffing van zuidelijk Europa kwamen deze lagen wel schuin te liggen terwijl de zee zich terug trok. Hierdoor worden de sedimenten jonger richting zee.

Nederland, Noord-Duitsland en Polen zijn bedekt met glaciale afzettingen uit de ijstijden. Deze gaven het ontstaan aan de verhoging van de vlakten zoals de Veluwe en de LŁneburger Heide.

Na de ijstijden zijn de ijsmassa's afgesmolten waardoor het zeepeil ging stijgen en de rivieren bijgevolg overstroomden over hun alluviale vlaktes (Po-vlakte, vlakten lans de Donau).

Geologie van BelgiŽ

Drie grote geologische eenheden


∑ Gebied ten Noorden van Samber en Maas

- ongeplooid
- lichtjes naar het noorden afhellend
- Mesozoicum en Kenozoicum



∑ Gebied tussen Samber-Maas en de Semois

- oude sterk geplooide PaleozoÔsche lagen (< Hercynische plooiing)
- de Grote Ardennen (= onderdeel van het Rijnleisteenmassief van Duitsland)



∑ Gebied ten zuiden van de Semois

- MesozoÔcum (Jura)
- hellend naar het zuiden
- is een onderdeel van het Bekken van Parijs
( = ťťn van de grote geologische eenheden van Frankrijk)


Korte bespreking volgens de ouderdom van dagzomende lagen

Cambrium
(Ordovicium)
Siluur


= VOETSTUK van BelgiŽ !
(sterk geplooid)
Hoog-BelgiŽ
- Massief van Stavelot (Malmťdy)
- Massief van Serpont (St-Hubert)
- Massief van Givonne (Bouillon)
- Massief van Rocroi (Chimay)

Anticline van de Condroz

Midden-BelgiŽ
- bovenloop Dijle, Zenne, Dender (Quenast)

Devoon
Carboon
(Perm)
- ten zuiden van Samber en Maas
- bovenlopen Dijle, Zenne, Dender, Schelde
- op diepte in NO van BelgiŽ (Kempen = steenkool)
- Condroz = parallel
Devoon - Carboon = geplooid (synclinorium van Dinant) + syncline van Namen
Trias
Jura
Krijt - ten zuiden van de Semois
- ten noorden van Samber
- Maas aansluitend aan de rivierenlijn
Tertiair
Kwartair - ten noorden van Samber - Maas
- Holoceen = enkel kust + dalbodems Schelde + bijrivieren
! Midden- en Laag-BelgiŽ : dekzand en lŲss niet op de Geologische Kaart aangeduid. !

Geologische genese

PaleozoÔcum

Cambrium- en Siluur- zeeŽn zetten zand en klei af (worden kwartsiet en fylladen). Lagen worden geplooid door de Caledonische plooiing met gebergtevorming.
Tijdens het Devoon wordt in de zeeŽn afbraakmateriaal van het Caledonisch gebergte afgezet.
Tijdens het Carboon is het klimaat warm en vochtig en ontstaan er kustmoerassen.Afbraakmateriaal van afgestorven planten ondergaat een inkolingsproces (steenkool).

Vorming van het Hercynisch gebergte : de Ardennen worden gevormd (synclinorium van Dinant).


MesozoÔcum

De gevormde gebergten eroderen.
Transgressie door zeeŽn met Krijt- en Jura-afzettingen.


KenozoÔcum (Tertiair en Kwartair)

De Tertiaire zeeŽn zetten ook lagen af.
Door de Alpiene plooiing worden de noordelijke delen opgeheven en treedt er een regressie op van de Kwartaire zee (afzet = huidige kust).


[ terug... ]Omhoog


.



.

Fale hafez


Tabire khab



Copyright 2002-2017